De Nederlands Cocaine fabriek

De Nederlandsche Cocaïnefabriek was een in Amsterdam gevestigde fabriek die aanvankelijk in de 20e eeuw op grote schaal cocaïne produceerde voor medicinale doeleinden uit in Nederlands-Indië geteelde cocaplanten. Later produceerde de fabriek onder andere novocaïne, morfine, heroïne en efedrine

The Delft/VPF codeine synthesis 
De Nederlandse Cocaïnefabriek werd in 1900 opgericht door de Nederlandse koninklijke familie – het Huis van Oranje, via hun koloniale bank genaamd ‘Nederlandse Handelsvereniging’.
Na de handel in opium uit de Nederlandse kolonie Indonesië (Nederlands-Indië) al tot stand te hebben gebracht, domineerde de Nederlandse Cocaïnefabriek de internationale cocaïnemarkt tot aan de Tweede Wereldoorlog, toen de fabriek overging op amfetamine (speed).
Zowel in de Eerste als de Tweede Wereldoorlog verkocht de Nederlandse Cocaïnefabriek cocaïne en later amfetamine aan legers van de naties in oorlog.
Deze video bevat interviews met de Nederlandse auteur Conny Braam, die ‘The Merchant of the Dutch Cocaine Factory’ schreef, (Nederlands: ‘De Handelsreiziger van de Nederlandsche Cocainefabriek’)
Deze video is bedoeld om inzicht te geven in hoe de koninklijke families van Europa inherent verbonden zijn met de internationale drugshandel.

Geschiedenis

Arbeiders op Java die de cocabladeren fijnstampen

In 1878 werden de eerste cocastruiken vanuit Bolivia naar ’s Lands Plantentuin te Buitenzorg op Java gebracht. Kort daarop werd gestart met de verbouw van het gewas voor commerciële doeleinden op Java, Madoera en Sumatra. Vooral de Koloniale Bank van Amsterdam speelde een belangrijke rol in de cocaproductie en -handel. Uit de jaarverslagen van deze bank blijkt dat al in 1891 bijna twintig ton bladeren verhandeld werd. Gedurende de jaren daarna tot aan de eeuwwisseling verhandelde de Koloniale Bank tussen de 34 en 81 ton cocabladeren.

In eerste instantie werden de partijen naar Duitsland geëxporteerd, maar door de groeiende vraag naar cocaïne en de stijgende productie op Java zag men ook brood in de eigen fabricage van cocaïne. De Nederlandsche Cocaïnefabriek werd daartoe door de Koloniale Bank (later Cultuur-, Handels- en Industriebank, daarna Cultuurbank NV), op 12 maart 1900 opgericht.

De verwerking tot cocaïne vond plaats in een door H.H. Baanders ontworpen gebouw op de hoek van de Eerste Schinkelstraat en de Schinkelkade te Amsterdam. Het product werd gebruikt als geneesmiddel voor hals-, borst- en longziekten. In 1902 werd de fabriek aan de Schinkelkade uitgebreid. Rond 1909 werd aan de Duivendrechtsekade een nieuwe fabriek gevestigd die gaandeweg steeds verder werd uitgebreid.

Aanvankelijk profiteerde de NCF van de Eerste Wereldoorlog, doordat grote concurrent Merck KGaA geen toegang meer had tot sommige afzetmarkten, en de aanvoer van grondstoffen ook in het gedrang kwam. De NCF kon hier handig van profiteren en breidde verder uit. Er gold weliswaar een exportverbod voor geneesmiddelen uit het neutrale Nederland, maar de NCF kreeg hier een ontheffing voor. Toch kreeg ook de NCF later te maken met diverse ontwrichtingen als gevolg van de oorlog, zoals een tekort aan grondstoffen door de onbeperkte duikbotenoorlog vanaf 1917.

De Opiumwet uit 1919 bepaalde dat cocaïne alleen maar geproduceerd mocht worden door bedrijven met een vergunning. Dat was op zich niet zo bezwaarlijk, want dergelijke vergunningen werden zonder problemen verstrekt door de overheid en zeker aan de “eigen” Nederlandsche Cocaïnefabriek in Amsterdam. In 1928 mocht het echter alleen nog als geneesmiddel worden vervaardigd en niet meer als genotmiddel. Niet alle omringende landen hadden echter aan de conferentie in Den Haag deelgenomen en de vrijhandel en productie bleef.

In 1923 bedroeg de aanplant op Java ca. 1400 hectare. Begin jaren twintig vervaardigde de NCF 20% van de cocaïne in de wereld en was marktleider. De hoogste jaarproductie lag op circa 1500 kilo. In de Opiumwet van 1928 werden de bepalingen van het opiumverdrag van Genève uit 1925 overgenomen. Met een certificatenstelsel voor de in- en uitvoer werd de internationale handel beperkt tot verdovende middelen voor medische en wetenschappelijke doeleinden.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd in de fabriek efedrine geproduceerd.

In de jaren zeventig werd de fabriek overgenomen door AkzoNobel. Tot oktober 1972 was de Nederlandse Cocaïnefabriek een naamloze vennootschap. De doelstelling was allang veel breder dan “het vervaardigen van chemische producten, in hoofdzaak cocainum hydrochloricum en bijproducten en de verkoop daarvan”. In maart 1975 werd de naam gewijzigd in NCF Holding BV, met AkzoNobel als moedermaatschappij. Cocaïne was een te beladen onderwerp geworden om nog voluit onderdeel van de naam van de fabriek te kunnen zijn.

Cocaïne werd voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog door artsen toegepast als plaatselijk verdovingsmiddel. Het middel werd meegenomen in verband- en medicijnkisten naar het front, zoals in Ieper. Cocaïne werd toen nog niet bestempeld als harddrug. De Nederlandsche Cocaïnefabriek (NCF) werd in 1900 opgericht door de Koloniale Bank en was gedurende de Eerste Wereldoorlog gevestigd aan de Duivendrechtsekade 67 in Amsterdam. In deze periode verdubbelde de productie. Er werd een nieuwe werkruimte en laboratorium gebouwd. Er kwam een nieuw ketelhuis en het bedrijf plaatste een tweede extractiebatterij. De NCF produceerde met enkele tientallen medewerkers in 1914-1918 gemiddeld 1000 kilogram cocaïne per jaar. Als grondstof gebruikte men geïmporteerde cocabladen uit Nederlands-Indië. Het grootste deel van de fabrieksproductie ging in de oorlogsjaren naar Engeland en Japan. In Groot-Brittannië werd het onder andere verwerkt in het middel Forced March: Allays hunger and prolongs the power of endurance.
In de docutective “Dutch Cocaine Factory” presenteert Jeannette Groenendaal een wereld van coke, afluisterpraktijken en paranoia. Wist u al dat Amsterdam begin 1900 een prominente plaats innam in de productie van cocaïne? Dat er scheepsladingen cocablad vanuit Nederlands Indië werden verscheept? Dat Nederland tegenwoordig meer telefoontaps plaats dan de Verenigde Staten? Groenendaal zet de kijker met de als documentaire geschoten film regelmatig op het verkeerde been. Wees gewaarschuwd, weinig is echt wat het lijkt te zijn…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s